Heb je spaargeld, beleggingen of ander vermogen? Dan betaal je mogelijk belasting in box 3. In 2026 werkt het box 3-systeem anders dan vroeger. In dit artikel leggen we uit hoeveel belasting je betaalt over je spaargeld en beleggingen, wat de vrijstelling is en hoe de Belastingdienst het fictieve rendement berekent.
Wat is box 3?
Box 3 is het derde belastingkader van de inkomstenbelasting. Het gaat over belasting op vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning, vorderingen en andere bezittingen minus schulden. Je betaalt geen belasting over het daadwerkelijk behaalde rendement, maar over een fictief rendement dat de overheid heeft vastgesteld.
Heffingsvrij vermogen 2026
Niet al je vermogen is belastbaar. Er geldt een vrijstelling, het heffingsvrij vermogen:
| Situatie | Heffingsvrij vermogen 2026 |
|---|---|
| Alleenstaand | €59.357 |
| Fiscale partners (samen) | €118.714 |
Heb je minder vermogen dan de vrijstelling? Dan betaal je geen box 3-belasting. Partners mogen het heffingsvrij vermogen vrij verdelen over hun aangifte.
Hoe werkt het fictieve rendement in 2026?
De overheid gebruikt een forfaitair stelsel: je betaalt belasting over een fictief rendement, niet over je werkelijke winst. In de overgangsperiode (na het Hoge Raad-arrest uit 2021) hanteert de Belastingdienst een stelsel op basis van werkelijk rendement of forfaitaire percentages per vermogenscategorie.
Voor 2026 gelden de volgende forfaitaire rendementspercentages:
| Vermogenscategorie | Forfaitair rendement 2026 |
|---|---|
| Banktegoeden (spaarrekening, betaalrekening) | 1,44% |
| Beleggingen (aandelen, obligaties, fondsen) | 5,88% |
| Schulden (hypotheek tweede woning, persoonlijke lening) | 2,62% |
De percentages worden jaarlijks vastgesteld op basis van marktgegevens. Voor 2026 zijn de definitieve percentages vastgelegd door de Belastingdienst. Controleer altijd de meest recente tarieven op belastingdienst.nl, want deze kunnen nog aangepast worden.
Belastingtarief box 3
Over het berekende fictieve rendement betaal je 36% inkomstenbelasting in 2026. Dit is het vaste box 3-tarief.
Rekenvoorbeeld alleenstaand:
- Spaargeld: €80.000
- Heffingsvrij: €59.357
- Belastbaar spaargeld: €23.000
- Fictief rendement 1,44%: €23.000 x 1,44% = €331
- Belasting 36%: €331 x 36% = circa €119 per jaar
Rekenvoorbeeld met beleggingen:
- Spaargeld: €30.000
- Beleggingen: €70.000
- Totaal vermogen: €100.000
- Heffingsvrij: €59.357
- Belastbaar vermogen: €43.000
- Spaardeel: €30.000 / €100.000 x €43.000 = €12.900 (spaargeld deel belastbaar)
- Beleggingsdeel: €13.100 (beleggingen deel belastbaar)
- Fictief rendement: €12.900 x 1,44% + €13.100 x 5,88% = €186 + €770 = €956
- Belasting 36%: €956 x 36% = circa €344 per jaar
Vermogensbestanddelen in box 3
Wat valt wel en wat valt niet in box 3?
Valt in box 3:
- Spaarrekeningen, betaalrekeningen en depositorekeningen
- Beleggingen: aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, ETF’s
- Tweede woning (niet je eigen woning)
- Verhuurde woning (waarde minus schulden)
- Vorderingen op derden
- Contant geld boven €576 per persoon
- Cryptovaluta
Valt niet in box 3:
- Je eigen woning (valt in box 1 via eigenwoningforfait)
- Pensioensparen en lijfrente (belast bij uitkering in box 1)
- Bedrijfsvermogen als ondernemer (box 1)
- Aanmerkelijk belang (meer dan 5% aandelen in een BV, valt in box 2)
Schulden aftrekken in box 3
Heb je schulden die niet aftrekbaar zijn in box 1 (zoals een persoonlijke lening, creditcardschuld of hypotheek op een tweede woning)? Dan mag je deze schulden aftrekken van je box 3-vermogen, mits de schuld boven een drempel van €3.400 per persoon uitkomt (€6.800 voor partners).
Let op: de hypotheekschuld op je eigen woning is niet aftrekbaar in box 3, want die valt in box 1.
Box 3-belasting verminderen: wat kun je doen?
Er zijn legale manieren om je box 3-belasting te verlagen:
- Schenk aan kinderen: geld dat je wegschenkt op 1 januari telt niet meer mee in je vermogen. Let op de schenkingsvrijstellingen.
- Investeer in eigen onderneming: vermogen dat als ondernemerskapitaal wordt ingezet, valt in box 1.
- Groene beleggingen: erkende groene beleggingen zijn vrijgesteld tot €71.251 per persoon (€142.502 voor partners) in 2026. Bovendien geeft het recht op een heffingskorting van 0,7% van de vrijgestelde waarde.
- Lijfrente of banksparen: geld dat je inlegt in een lijfrenteverzekering of bankspaarrekening staat buiten box 3 en is aftrekbaar in box 1 (binnen de jaarruimte).
Box 3 en de rechtbank: overgangsregeling
In december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het oude box 3-stelsel (gebaseerd op vaste forfaits ongeacht werkelijk rendement) in strijd was met het recht op eigendom. Sindsdien geldt een overgangsregeling waarbij de Belastingdienst rekening houdt met werkelijke rendementen voor spaarders die aantoonbaar minder verdienden dan het forfait.
De overheid werkt aan een definitief nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, dat naar verwachting per 2027 of later ingaat. Tot die tijd geldt de tijdelijke vermogensrendementsheffing zoals hierboven beschreven. Houd de actualiteit in de gaten via belastingdienst.nl.
Veelgestelde vragen over box 3
Je betaalt geen belasting als je spaargeld onder het heffingsvrij vermogen van €59.357 blijft (alleenstaand) of €118.714 (partners). Daarboven betaal je 36% belasting over een fictief rendement van 1,44% van het belastbare spaardeel. Bij €80.000 spaargeld (alleenstaand) is de belasting circa €119 per jaar.
Ja. Cryptovaluta vallen in box 3 en tellen mee bij je vermogen op 1 januari. Je geeft de waarde op in euro’s op de peildatum. De Belastingdienst beschouwt crypto als belegging, waarover 5,88% fictief rendement wordt berekend. De belasting is 36% van dat fictieve rendement.
Op waarde, niet op winst. Box 3 berekent belasting over de waarde van je beleggingen op 1 januari van het belastingjaar, ongeacht of je winst of verlies hebt gemaakt. Je betaalt 36% belasting over 5,88% van de belastbare waarde. Een werkelijk rendementsstelsel (waarbij je alleen over echte winst belasting betaalt) is in de maak maar nog niet ingevoerd.
De peildatum voor box 3 is 1 januari van het belastingjaar. De waarde van je spaargeld, beleggingen en andere bezittingen op 1 januari bepaalt de grondslag voor het hele jaar. Het maakt niet uit hoeveel je vermogen in de loop van het jaar schommelt. Alleen de stand op 1 januari telt.
Ja. Als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement van de Belastingdienst, kun je bezwaar maken. De Hoge Raad heeft bepaald dat dit recht op herstel bestaat. De Belastingdienst heeft massaal bezwaar afgehandeld voor de jaren 2017-2022. Voor 2023 en later loopt de overgangsregeling. Overleg met een belastingadviseur als je denkt recht te hebben op compensatie.
Bronnen: Belastingdienst.nl (box 3 en vermogensrendementsheffing 2026), Rijksoverheid (belastingplan 2026 en box 3-overgangsrecht), Hoge Raad (arrest 24 december 2021 over box 3), Nibud (vermogen en belasting).
Bron: Belastingdienst – Box 3 vermogensbelasting
Alle berekeningen op deze pagina zijn gebaseerd op officiële Nederlandse bronnen: Belastingdienst.nl, Rijksoverheid.nl, CBS.nl en Nibud.nl. Tarieven gelden voor 2026. Lees ons redactioneel beleid.

