Arbeidskorting 2026 Berekenen
Bereken uw arbeidskorting 2026 direct online. Formule, tabel en maximale bedragen op basis van uw arbeidsinkomen.
Arbeidskorting Berekenen 2026
Arbeidskorting 2026: Opbouw, Maximum en Afbouw
Arbeidskorting 2026 Formule: Schijven en Bedragen
De arbeidskorting 2026 wordt berekend in vier fasen op basis van uw arbeidsinkomen:
| Inkomensfase | Inkomensbereik | Formule | Korting |
|---|---|---|---|
| Opbouw fase 1 | €0 – €11.491 | 8,425% × arbeidsinkomen | max €968 |
| Opbouw fase 2 | €11.491 – €24.820 | €968 + 31,433% × (inkomen − €11.491) | tot €5.158 |
| Plateau (maximum) | €24.820 – €43.071 | €5.685 (vast maximum) | €5.685 |
| Afbouw | €43.071 – €132.920 | €5.685 − 6,510% × (inkomen − €43.071) | daalt naar €0 |
| Geen korting | > €132.920 | €0 | €0 |
Bron: Belastingdienst, belastingtarieven 2026.
De arbeidskorting is een van de meest waardevolle heffingskortingen in het Nederlandse belastingstelsel. De korting is bedoeld als financiële stimulans om te werken: mensen met arbeidsinkomen betalen minder belasting dan mensen zonder arbeidsinkomen. In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting €5.685, maar de exacte hoogte hangt sterk af van uw arbeidsinkomen.
Hoe Bouwt de Arbeidskorting Op?
De arbeidskorting wordt berekend op basis van uw arbeidsinkomen: loon uit dienstbetrekking, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. De opbouw verloopt in twee fasen. In de eerste fase, tot een inkomen van circa €11.491, bedraagt het opbouwpercentage 8,425%. In de tweede fase, van €11.491 tot €24.820, is het opbouwpercentage een stuk hoger: 31,433%. Het maximum van €5.685 wordt bereikt bij een inkomen van circa €43.071.
Afbouw van de Arbeidskorting
Boven een arbeidsinkomen van €43.071 bouwt de arbeidskorting af. Het afbouwpercentage is 6,510% per extra euro inkomen boven de drempel. Bij een inkomen van €132.920 is de arbeidskorting volledig afgebouwd tot €0. Dit betekent dat hoge inkomens geen voordeel meer hebben van de arbeidskorting.
Verschil Arbeidskorting versus Algemene Heffingskorting
De arbeidskorting en de algemene heffingskorting (AHK) zijn beide heffingskortingen, maar er zijn belangrijke verschillen. De AHK geldt voor alle belastingplichtigen, ongeacht of ze werken. De arbeidskorting geldt uitsluitend voor mensen met arbeidsinkomen. Uitkeringsgerechtigden (WW, bijstand, AOW) ontvangen de AHK maar niet de arbeidskorting. Dit maakt de arbeidskorting een specifieke stimulans voor arbeidsmarktparticipatie.
Arbeidskorting en Uitbetaling
De arbeidskorting wordt verrekend via uw loonheffing bij uw werkgever. Uw werkgever houdt de loonheffingskorting in rekening en berekent de loonbelasting op basis van een lagere grondslag. Bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting wordt de definitieve arbeidskorting vastgesteld op basis van uw werkelijke jaarinkomen.
Arbeidskorting voor ZZP’ers en Ondernemers
Zelfstandigen (ZZP’ers) en ondernemers ontvangen de arbeidskorting ook, maar dan berekend over de winst uit onderneming. De arbeidskorting werkt voor ondernemers hetzelfde als voor werknemers: de korting gaat van de verschuldigde inkomstenbelasting af. Ondernemers verrekenen dit via de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.
Effect van Arbeidskorting op Nettoloon
De arbeidskorting zorgt er effectief voor dat werkenden minder belasting betalen over hun inkomen. Bij een inkomen waarbij de maximale korting van €5.685 van toepassing is, scheelt dit ruim €466 per maand netto. Dit maakt werken aanzienlijk aantrekkelijker ten opzichte van uitkeringssituaties.
Relatie met WW en Bijstand
Als u een WW-uitkering of bijstand ontvangt, heeft u geen recht op de arbeidskorting (omdat uitkeringen geen arbeidsinkomen zijn). Zodra u vanuit WW of bijstand gaat werken, heeft u wel recht op de arbeidskorting over het arbeidsinkomen. Dit is een van de mechanismes die werken financieel aantrekkelijker maakt ten opzichte van een uitkering.
Arbeidskorting en de Armoedeval
De arbeidskorting is onderdeel van een bredere discussie over de zogenoemde armoedeval: de situatie waarbij iemand die gaat werken vanuit een uitkering er financieel nauwelijks op vooruitgaat door de combinatie van wegvallende toeslagen, hogere belasting en het verlies van andere regelingen. De arbeidskorting mitigeert dit effect deels, maar bij bepaalde inkomenstrajecten is de marginale druk nog steeds hoog. Beleidsmakers zoeken continu naar manieren om het verschil tussen werken en niet-werken groter te maken.
Arbeidskorting bij Pensioeninkomen
Pensioeninkomen (AOW, aanvullend pensioen) telt niet als arbeidsinkomen voor de arbeidskorting. Gepensioneerden die volledig stoppen met werken verliezen daarmee het recht op arbeidskorting. De ouderenkorting is deels bedoeld als compensatie. Als een gepensioneerde toch (parttime) blijft werken naast het pensioen, ontvangt hij of zij arbeidskorting over het deel van het inkomen dat als arbeidsinkomen kwalificeert.
Arbeidskorting en Belastingverdragen
Voor mensen die in Nederland wonen maar in het buitenland werken (of omgekeerd), kunnen internationale belastingverdragen van invloed zijn op het recht op arbeidskorting. De fiscale behandeling is afhankelijk van welk land belastingheffingsbevoegdheid heeft over het arbeidsinkomen. Bij complexe grensoverschrijdende situaties is fiscaal advies sterk aanbevolen om te bepalen of en in hoeverre u recht heeft op de arbeidskorting in Nederland.
Toekomst van de Arbeidskorting
De arbeidskorting is de afgelopen jaren meerdere malen verhoogd als instrument om werken te stimuleren en de koopkracht van werkenden te verbeteren. De politieke discussie over de hoogte en de afbouw van de arbeidskorting gaat door. Sommige partijen pleiten voor een hogere korting voor lage inkomens; anderen voor een vlakkere afbouw om de marginale druk te verlagen. Het is aannemelijk dat de bedragen en de afbouw ook de komende jaren worden aangepast.
Arbeidskorting Berekening: Praktisch Voorbeeld
Stel: u heeft een arbeidsinkomen van €35.000 in 2026. In de opbouwfase (€24.820 tot €43.071) geldt de maximale arbeidskorting van €5.685. U zit ruim in dit bereik. Uw arbeidskorting is dus het maximum: €5.685. Bij een inkomen van €80.000 bent u in de afbouwfase: €5.685 – ((€80.000 – €43.071) × 6,510%) = €5.685 – €2.404 = €3.195. Bij €132.920 of meer is de korting €0. Onze rekentool berekent uw arbeidskorting automatisch voor uw specifieke inkomen.
Arbeidskorting Versus Andere Werknemersvoordelen
De arbeidskorting is een fiscaal voordeel en verschilt van andere werknemersvoordelen zoals reiskostenvergoeding, pensioenbijdrage of een leaseauto. Al deze voordelen hebben een andere fiscale behandeling. Reiskostenvergoeding tot €0,23 per km is onbelast; een leaseauto heeft een fiscale bijtelling. De arbeidskorting staat los van al deze regelingen en geldt voor al uw arbeidsinkomen, ongeacht de aard van de arbeidsverhouding of aanvullende voordelen.
Arbeidskorting en Minimumloon
Bij het wettelijk minimumloon (WML) in 2026 is de arbeidskorting relatief hoog als percentage van het bruto loon. Dit is bewust beleid: door lage lonen relatief zwaarder te verlichten met de arbeidskorting, wordt het nettoverschil tussen werken voor minimumloon en een uitkering groter. Hiermee wordt de prikkel om te werken versterkt, ook voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
Gerelateerde Calculators
De arbeidskorting is onderdeel van uw totale belastingberekening. Bekijk ook:
- Bruto Netto Berekenen 2026 — bereken uw volledige nettoloon inclusief alle heffingskortingen
- Belastingschijven 2026 — bekijk de actuele belastingtarieven en schijfgrenzen
Veelgestelde Vragen over de Arbeidskorting
Meer informatie: Belastingdienst – Heffingskortingen
Lees ook: Zwangerschapsverlof Berekenen 2026: Wanneer Begint Je Verlof?
Alle berekeningen op deze pagina zijn gebaseerd op officiële Nederlandse bronnen: Belastingdienst.nl, Rijksoverheid.nl, CBS.nl en Nibud.nl. Tarieven gelden voor 2026. Lees ons redactioneel beleid.

