Wat zijn bovenwettelijke vakantiedagen?
Als werknemer in Nederland bouw je jaarlijks vakantiedagen op. Het wettelijk minimum is vier keer het aantal werkdagen per week, oftewel twintig vakantiedagen bij een fulltime werkweek van vijf dagen. Werkgevers en cao’s geven vaak meer dagen. Die extra dagen bovenop het wettelijke minimum noemen we bovenwettelijke vakantiedagen. Krijg je bijvoorbeeld 25 vakantiedagen per jaar, dan zijn dat er vijf bovenwettelijk. Die dagen zijn geen gunst, het zijn afspraken tussen werkgever en werknemer, vastgelegd in je arbeidsovereenkomst of cao.
Het onderscheid tussen wettelijk en bovenwettelijk verlof is meer dan een administratieve truc. De twee soorten dagen hebben verschillende verjaringstermijnen, verschillende uitbetalingsregels bij ziekte en verschillende momenten waarop ze vervallen. Wie dat verschil niet kent, loopt het risico dagen kwijt te raken zonder dat het opvalt.
Het verschil tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen
De Nederlandse wetgeving rond vakantiedagen is verankerd in artikel 7:634 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat dat iedere werknemer recht heeft op minimaal vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week, uitgedrukt in vakantiedagen. Voor een fulltime baan van veertig uur per week betekent dat minimaal 160 uur of twintig dagen verlof per jaar.
| Type dag | Bron | Aantal (fulltime) | Verjaringstermijn |
|---|---|---|---|
| Wettelijke vakantiedagen | Burgerlijk Wetboek (7:634 BW) | Minimaal 20 dagen | 6 maanden na opbouwjaar |
| Bovenwettelijke vakantiedagen | Arbeidsovereenkomst of cao | Variabel, vaak 5 tot 10 extra | 5 jaar na opbouwjaar |
Het praktische verschil zit in twee zaken: hoelang je ze mag opsparen, en wanneer ze vervallen. Een wettelijke vakantiedag die je in 2025 opbouwt, moet je uiterlijk op 1 juli 2026 opnemen. Daarna ben je die dag kwijt. Een bovenwettelijke vakantiedag uit 2025 blijft geldig tot en met 2030. Dat geeft je veel meer ruimte om ze te sparen voor een langere reis of een sabbatical.
Hoeveel bovenwettelijke vakantiedagen krijg je?
Het aantal hangt volledig af van je cao of arbeidsovereenkomst. Er bestaat geen wettelijk recht op extra dagen, alleen op de twintig wettelijke. Veelvoorkomende aantallen in 2026:
- 25 vakantiedagen per jaar: 5 dagen bovenwettelijk. Komt veel voor in zakelijke dienstverlening en overheid.
- 26 vakantiedagen per jaar: 6 dagen bovenwettelijk. Standaard in veel cao’s voor het bankwezen en verzekeringen.
- 30 vakantiedagen per jaar: 10 dagen bovenwettelijk. Typisch voor de metaal- en technieksector (Metalektro cao), bouw en sommige ict-functies.
- Meer dan 30 dagen: Zeldzaam, maar mogelijk in specifieke cao’s of bij seniore functies. Denk aan consultancy of multinationals.
Check altijd je eigen cao of arbeidsovereenkomst. Je salarisstrook of personeelsportaal vermeldt meestal hoeveel dagen je per jaar opbouwt. Sommige cao’s rekenen in plaats van dagen met verlofuren. Dat gebeurt bij ploegendiensten of deeltijd met variabele roosters.
Verjaring: wanneer vervallen je dagen?
De verjaringstermijn is het belangrijkste verschil tussen de twee soorten dagen, en het onderwerp waar de meeste fouten worden gemaakt.
Wettelijke dagen: zes maanden
Wettelijke vakantiedagen die je in een kalenderjaar opbouwt, vervallen een half jaar na afloop van dat jaar. Concreet: dagen opgebouwd in 2025 moet je voor 1 juli 2026 opnemen. Doe je dat niet, dan ben je die dagen kwijt. De werkgever mag ze in dat geval ook niet eenzijdig uitbetalen, tenzij het dienstverband eindigt.
Bovenwettelijke dagen: vijf jaar
Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren pas na vijf jaar. Bouw je in 2025 vijf bovenwettelijke dagen op, dan blijven die geldig tot en met 31 december 2030. Deze langere termijn geeft je de ruimte om ze op te sparen voor een langere vakantie, een sabbatical of een periode van onbetaald verlof. Veel werknemers gebruiken bovenwettelijke dagen ook als buffer bij langdurige ziekte, wanneer wettelijke dagen opraken.
Werkgevers zijn verplicht om je tijdig te wijzen op het feit dat je dagen bijna vervallen. Doen ze dat niet, dan kan de rechter oordelen dat de dagen toch niet zijn vervallen. Deze uitspraak van de Hoge Raad uit 2018 (het zogenaamde Poolse arrest) wordt nog altijd toegepast. Bewaar daarom je salarisstroken en eventuele e-mails van je werkgever over vervaldata.
Bovenwettelijke vakantiedagen opbouwen per maand
De opbouw van vakantiedagen is geen jaarlijkse gift, het is een continu proces. Je bouwt gedurende het jaar dagen op. De maandelijkse opbouw bereken je zo:
Maandelijkse opbouw = (aantal vakantiedagen per jaar / 12) / aantal werkdagen per week x aantal werkdagen per week
Voor een fulltime baan van 40 uur per week met 25 vakantiedagen per jaar:
- Jaarlijkse opbouw: 25 dagen x 8 uur = 200 verlofuren
- Maandelijkse opbouw: 200 / 12 = 16,67 verlofuren per maand
- Wettelijk deel: 20 dagen x 8 uur / 12 = 13,33 verlofuren per maand
- Bovenwettelijk deel: 5 dagen x 8 uur / 12 = 3,33 verlofuren per maand
Voor deeltijd gelden dezelfde verhoudingen. Werk je vier dagen per week van acht uur, dan heb je recht op minimaal zestien wettelijke vakantiedagen per jaar (4 x 4). Je bovenwettelijke dagen worden naar rato berekend volgens je cao. Op onze verlofopbouw calculator vind je de exacte berekening voor jouw situatie.
Bovenwettelijke vakantiedagen bij ziekte
Tijdens ziekte bouw je in principe zowel wettelijke als bovenwettelijke vakantiedagen op. Je blijft werknemer, dus je opbouw loopt door. De Hoge Raad heeft in 2014 bepaald dat een werknemer die tijdens ziekte niet in staat is vakantiedagen op te nemen, het recht behoudt om die dagen later op te nemen.
De verjaringstermijn van zes maanden voor wettelijke dagen wordt in dat geval opgerekt. Wie in 2025 ziek wordt en tot 1 juli 2026 niet kan werken, behoudt de in 2025 opgebouwde wettelijke dagen zolang de ziekte duurt. Voor bovenwettelijke dagen geldt de vijfjaarstermijn sowieso, dus daar hoef je je minder zorgen te maken.
Een veelvoorkomende situatie: iemand is langdurig ziek en wil na herstel een paar weken op vakantie. De bovenwettelijke dagen van de afgelopen jaren zijn dan beschikbaar, samen met de wettelijke dagen die door ziekte zijn opgespaard.
Bovenwettelijke vakantiedagen uitbetalen
Je mag bovenwettelijke vakantiedagen uitbetalen in geld. Daarvoor is toestemming van je werkgever nodig, tenzij je cao of arbeidsovereenkomst de mogelijkheid expliciet openhoudt. Werkgevers zijn niet verplicht om uitbetaling toe te staan tijdens het dienstverband. Veel organisaties doen dit alleen bij het einde van het dienstverband.
De uitbetaling van een vakantiedag bereken je zo:
Waarde 1 dag = bruto maandsalaris x 12 / 52 / aantal werkdagen per week
Voorbeeld: je verdient 3.500 euro bruto per maand en werkt vijf dagen per week:
- 3.500 x 12 = 42.000 euro bruto jaarsalaris
- 42.000 / 52 weken = 807,69 euro per week
- 807,69 / 5 dagen = 161,54 euro bruto per vakantiedag
- Vijf bovenwettelijke dagen uitbetalen: 5 x 161,54 = 807,69 euro bruto
Over die uitbetaling betaal je loonbelasting. Hoeveel precies hangt af van je jaarloon en de cumulatieve heffing. Een uitbetaling calculator voor vakantiedagen rekent het nettobedrag voor je uit.
Bij ontslag of einde dienstverband
Bij het einde van je dienstverband heb je recht op uitbetaling van alle niet-opgenomen vakantiedagen, zowel wettelijke als bovenwettelijke. De werkgever is verplicht om dit te doen op basis van artikel 7:640 BW. Dit geldt ook bij ontslag op staande voet, bij een vaststellingsovereenkomst en bij beëindiging met wederzijds goedvinden.
Praktisch: de eindafrekening van je salaris bevat een regel voor opgebouwde maar niet-opgenomen vakantiedagen. Werk je op de laatste dag van je contract nog geen vol jaar, dan worden de dagen naar rato berekend over het daadwerkelijke aantal gewerkte maanden. Een werknemer die op 1 september uit dienst gaat, heeft recht op 8/12 van de jaarlijkse opbouw.
Verschillen tussen cao’s in 2026
Niet elke cao behandelt bovenwettelijke vakantiedagen hetzelfde. Drie veelvoorkomende varianten:
- Standaard 25 dagen, waarvan 5 bovenwettelijk: Meeste kantoor-cao’s, zakelijke dienstverlening, rijksoverheid.
- 30 dagen inclusief feestdagen: In deze constructie worden de feestdagen (gemiddeld 7 per jaar) meegerekend. Je houdt dan netto 23 vrije dagen over. Veel industriële cao’s werken zo.
- Generatie- of leeftijdsdagen: Seniorenregelingen waarbij werknemers boven een bepaalde leeftijd (meestal 55 of 60) extra bovenwettelijke dagen krijgen. Voorbeeld: een 60-jarige krijgt er nog eens 5 bovenwettelijk bovenop de standaardregeling.
Specifieke sectoren met afwijkende regelingen in 2026: de horeca-cao kent onregelmatige opbouw bij oproepkrachten, de bouw hanteert een gemodificeerd systeem met bouwvak- en winterverletdagen, en de luchtvaart cao rekent met vlieguren in plaats van dagen.
Veelgemaakte fouten
Drie valkuilen die regelmatig voorkomen:
- Geen onderscheid maken in het verlofsaldo. Veel werknemers kijken alleen naar het totaal aantal resterende dagen, niet naar de onderliggende verdeling. Bij ziekte of ontslag kan dat leiden tot een lagere uitbetaling dan verwacht.
- Te laat opnemen van wettelijke dagen. Je denkt nog ruimte te hebben, maar op 1 juli vallen de wettelijke dagen weg. Veel werkgevers sturen een herinnering, maar je blijft zelf verantwoordelijk.
- Bovenwettelijke dagen vergeten bij wisseling van baan. Bij een overstap vervallen bovenwettelijke dagen niet automatisch, maar je moet ze wel uitbetalen of overnemen in een vaststellingsovereenkomst. Doe je dat niet, dan laat je duizenden euro’s liggen.
Praktisch rekenvoorbeeld 2026
Stel: je werkt fulltime, verdient 3.800 euro bruto per maand en hebt een cao met 26 vakantiedagen per jaar.
| Onderdeel | Berekening | Resultaat |
|---|---|---|
| Wettelijke dagen per jaar | Vast | 20 |
| Bovenwettelijke dagen per jaar | 26 – 20 | 6 |
| Maandelijkse opbouw wettelijk | (20 x 8) / 12 | 13,33 uur |
| Maandelijkse opbouw bovenwettelijk | (6 x 8) / 12 | 4,00 uur |
| Totale maandelijkse opbouw | 13,33 + 4,00 | 17,33 uur |
| Waarde 1 bovenwettelijke dag | (3.800 x 12) / 52 / 5 | 175,38 EUR bruto |
| Uitbetaling 6 dagen einde dienstverband | 6 x 175,38 | 1.052,31 EUR bruto |
Reken je dit door voor je eigen salaris, dan zie je direct wat je bovenwettelijke dagen waard zijn. Op onze bruto-netto calculator vind je het nettobedrag na belasting.
Veelgestelde vragen
Mag mijn werkgever mij verplichten om bovenwettelijke dagen op te nemen?
Ja. Anders dan bij wettelijke dagen, waarvoor een halfjaarlijkse vervaltermijn geldt, kan een werkgever in overleg met de werknemer of conform de cao afspraken maken over het opnemen van bovenwettelijke dagen. Dat gebeurt bijvoorbeeld rondom een bedrijfssluiting in de bouw of bij collectieve sluiting tijdens feestdagen.
Wat gebeurt er met mijn bovenwettelijke dagen als ik van baan wissel?
Bij vertrek worden ze uitbetaald. Je verliest ze dus niet, tenzij je expliciet afziet van uitbetaling in een vaststellingsovereenkomst. Check altijd de eindafrekening en laat je niet afschepen met een rond bedrag zonder specificatie.
Kan ik bovenwettelijke dagen verkopen aan mijn werkgever?
Niet zonder toestemming tijdens het dienstverband. Sommige cao’s bieden de optie om bovenwettelijke dagen jaarlijks uit te laten betalen, andere alleen bij langdurige dienstverbanden of jubilea. Lees je cao-artikelen over verlof of winstdeling.
Tel ik bovenwettelijke dagen mee voor mijn vakantiegeld?
Nee. Het vakantiegeld wordt berekend over je bruto jaarsalaris, inclusief eventuele uitbetaalde vakantiedagen, ongeacht of die wettelijk of bovenwettelijk zijn. De aanspraak op vakantiedagen zelf is geen grondslag voor vakantiegeld.
Heb ik als oproepkracht of nulurencontract recht op bovenwettelijke dagen?
Alleen als je cao of arbeidsovereenkomst dat regelt. Voor de wettelijke twintig dagen geldt de norm naar rato van je gewerkte uren. Bovenwettelijke dagen zijn een aanvullende afspraak die lang niet altijd is vastgelegd voor flexibele contracten.
Bronnen: Burgerlijk Wetboek artikel 7:634 en 7:640, Rijksoverheid rijksoverheid.nl/vraag-en-antwoord/vakantiedagen-en-vakantiegeld, FNV fnv.nl/werk-inkomen/vakantie-vrij-verlof/vakantiedagen, Hoge Raad 19 januari 2018 (Poolse arrest, ECLI:NL:HR:2018:64), Hoge Raad 12 september 2014 (vakantiedagen bij ziekte, ECLI:NL:HR:2014:2628).
Alle berekeningen op deze pagina zijn gebaseerd op officiële Nederlandse bronnen: Belastingdienst.nl, Rijksoverheid.nl, CBS.nl en Nibud.nl. Tarieven gelden voor 2026. Lees ons redactioneel beleid.
