Koopkracht Inflatie Calculator 2026
Bereken hoeveel je inkomen of spaargeld in de toekomst waard is na inflatie. Met CPI van 3,1% in 2026. Zie direct je koopkrachtverlies in euro’s en procenten.
Koopkracht Berekenen – Calculator 2026
Jouw koopkrachtberekening
Wat is koopkracht en waarom verlies je het door inflatie?
Koopkracht is het vermogen van een geldbedrag om goederen en diensten te kopen. Als prijzen stijgen door inflatie, maar jouw inkomen of spaargeld gelijk blijft, kun je minder kopen met hetzelfde bedrag. Je koopkracht daalt dan.
In 2026 bedraagt de Nederlandse inflatie (CPI) 3,1%. Dat betekent dat een boodschappenmandje dat dit jaar €100 kost, volgend jaar gemiddeld €103,10 kost. Voor een persoon met een inkomen van €3.000 per maand dat niet meegroeit met de inflatie, levert dit een koopkrachtverlies op van €93 per maand in het eerste jaar al.
Over langere periodes stapelt dit effect op. Na 10 jaar bij 3,1% inflatie heeft €100 nog maar de koopkracht van €73,60. Na 20 jaar is dat €54,20. Dat is bijna een halvering van de koopkracht in twee decennia. Dit is een van de redenen waarom loon- en uitkeringsindexatie zo belangrijk is, en waarom beleggen in activa die meer dan de inflatie groeien noodzakelijk is voor langetermijn vermogensopbouw.
De formule voor koopkrachtberekening
Koopkracht over n jaar = bedrag / (1 + inflatie)^n
Of omgekeerd: hoeveel moet je hebben over n jaar om dezelfde koopkracht te behouden? Nodig bedrag = huidig bedrag x (1 + inflatie)^n
Voorbeeld: je hebt nu €50.000. Bij 3,1% inflatie heb je over 10 jaar nominaal nog steeds €50.000, maar de reële waarde (koopkracht) is slechts: €50.000 / (1,031)^10 = €36.800. Om over 10 jaar dezelfde koopkracht te hebben als €50.000 nu, heb je €50.000 x (1,031)^10 = €67.900 nodig.
Koopkrachtoverzicht bij verschillende inflatiescenario’s
| Beginsituatie | Inflatie | Na 5 jaar | Na 10 jaar | Na 20 jaar |
|---|---|---|---|---|
| €100 | 2,0% | €90,60 | €82,00 | €67,30 |
| €100 | 3,1% | €85,80 | €73,60 | €54,20 |
| €100 | 4,0% | €82,20 | €67,60 | €45,60 |
| €3.500/mnd | 3,1% | €3.003 | €2.576 | €1.897 |
| €50.000 | 3,1% | €42.890 | €36.800 | €27.100 |
Praktijkvoorbeelden koopkracht berekenen
Voorbeeld 1: Pensioen en koopkrachtbehoud
Gerrit gaat over 15 jaar met pensioen en verwacht dan €2.200 netto per maand te ontvangen. Bij 3,1% inflatie is de koopkracht van €2.200 over 15 jaar nog maar €2.200 / (1,031)^15 = €1.399 in huidige koopkracht. Gerrit moet dus zorgen dat zijn pensioen ook echt geindexeerd wordt. Als zijn pensioenuitkering nominaal €2.200 is maar niet meegroeit met de inflatie, heeft hij straks hetzelfde bedrag maar kan hij er 36% minder mee kopen dan hij nu verwacht.
Voorbeeld 2: Spaargeld dat de inflatie niet bijhoudt
Marianne heeft €100.000 op een spaarrekening met 1,8% rente. De inflatie bedraagt 3,1%. Na 5 jaar heeft ze nominaal €109.283. Maar de reële waarde van dit bedrag (koopkracht in 2026-euro’s) is slechts €109.283 / (1,031)^5 = €93.743. Ze verliest dus €6.257 in koopkracht, zelfs terwijl haar spaargeld nominaal is gegroeid. Elke euro rente die ze ontvangt, compenseert niet voor het koopkrachtverlies door inflatie.
Voorbeeld 3: Loon en koopkrachtbehoud
Lars verdient €4.000 bruto per maand. In 2026 is de inflatie 3,1%. Zijn werkgever geeft hem een loonsverhoging van 2%. Na de loonsverhoging verdient hij €4.080. Maar de inflatie heeft zijn koopkracht verlaagd naar equivalent van €4.000 / 1,031 = €3.880. Met de loonsverhoging van 2% zit hij op €4.080, maar zijn reele koopkracht is gestegen naar €4.080 / 1,031 = €3.958. Hij heeft dus reëel €78 minder koopkracht per maand dan een jaar geleden, ondanks de loonsverhoging.
7 tips om je koopkracht te beschermen
Vraag bij salarisonderhandelingen om een automatische koppeling aan de CPI of een vaste jaarlijkse verhoging. Een loonsverhoging van 3,1% in 2026 houdt je koopkracht op peil. Minder dan dat is reëel een loonverlaging.
Spaargeld boven je noodfonds (3-6 maanden vaste lasten) verliest bij 2% rente en 3,1% inflatie reëel koopkracht. Overweeg dit deel te beleggen voor een rendement dat structureel boven de inflatie ligt. Zie onze beleggingsrendement calculator.
Vastgoed, aandelen en inflatiegebonden obligaties bewegen historisch mee met de inflatie. Aandelen bieden via winstgroei van bedrijven bescherming. Zeker voor lange looptijden (meer dan 10 jaar) zijn aandelen historisch gezien beter in koopkrachtbehoud dan spaargeld.
Veel Nederlandse pensioenfondsen konden de afgelopen jaren niet volledig indexeren door lage rendementen. Controleer bij jouw pensioenfonds of je pensioen meestijgt met de inflatie. Een pensioenfonds met dekkingsgraad boven 110% mag volledig indexeren.
Houd bij het budgetteren rekening met inflatie. Vaste lasten als huur, energie en boodschappen stijgen met de inflatie. Als je budget niet meestijgt, houd je elk jaar minder over. Herbereken je budget jaarlijks en pas je spaardoelstellingen aan.
Als je spaart voor een aankoop over 10 jaar die nu €30.000 kost, moet je over 10 jaar bij 3,1% inflatie €30.000 x (1,031)^10 = €40.740 hebben. Plan je spaardoel op basis van de toekomstige prijs, niet de huidige prijs.
Bereken wat jouw verwachte pensioen waard is in huidige koopkracht. Als je nu 45 bent en over 20 jaar met pensioen gaat, is €2.500 per maand pensioen dan equivalent aan €2.500 / (1,031)^20 = €1.355 in koopkracht van vandaag. Bouw extra pensioen op als dat onvoldoende is.
Veelgestelde vragen over koopkracht berekenen
Hoe bereken ik koopkrachtverlies door inflatie?
Het koopkrachtequivalent na n jaar inflatie bereken je met: koopkracht = bedrag / (1 + inflatie)^n. Bij €100 en 3,1% inflatie over 10 jaar: €100 / (1,031)^10 = €73,60. Het verlies is €26,40 oftewel 26,4%. De percentuele koopkrachtdaling is 1 – (1 / (1+inflatie)^n). Onze calculator doet deze berekening automatisch en toont zowel de reële waarde als het verlies in euro’s.
Wat is de inflatie in Nederland in 2026?
De inflatie in Nederland (consumentenprijsindex, CPI) bedraagt naar verwachting 3,1% in 2026. Dit is hoger dan het historische gemiddelde van circa 2% in de eurozone. De inflatie wordt gemeten door het CBS en maandelijks gepubliceerd. De hogere inflatie in 2026 wordt deels gedreven door loonkostenstijgingen in de dienstensector en aanhoudend hogere energieprijzen. De ECB streeft naar een inflatie van 2% op middellange termijn.
Wat is het verschil tussen CPI en inflatie?
De CPI (Consumentenprijsindex) is de meest gebruikte maatstaf voor inflatie en meet de prijsontwikkeling van een representatief pakket goederen en diensten dat Nederlandse huishoudens consumeren. Inflatie is het percentage waarmee de CPI stijgt ten opzichte van een jaar eerder. Soms hoor je ook HICP (geharmoniseerde index), die Europees vergelijkbaar is. Voor persoonlijke koopkrachtberekeningen is de nationale CPI het meest relevant.
Hoe bescherm ik mijn inkomen tegen koopkrachtverlies?
De meest directe bescherming is een cao-loonsverhoging of individuele salarisverhoging die minimaal gelijk is aan de inflatie. Daarnaast kun je vermogen opbouwen via beleggingen die historisch een rendement boven de inflatie leveren. Vastgoed, aandelen en inflatie-gelinkte obligaties zijn gangbare inflatiehedges. Voor spaargeld geldt dat je spaarrente de inflatie moet overtreffen om reëel geen koopkracht te verliezen.
Is een loonsverhoging van 2% bij 3,1% inflatie een loonsverlaging?
Reëel gezien ja. Bij een loonsverhoging van 2% en inflatie van 3,1% daalt je koopkracht met circa 1,07% (berekend als (1,02/1,031) – 1 = -1,07%). Je verdient nominaal meer, maar je kunt minder kopen. Dit heet een reële loonsverlaging. Alleen een loonsverhoging van 3,1% of meer houdt je koopkracht volledig op peil. Alles daarboven is een reële loonsverhoging.
CBS.nl – CPI inflatie Nederland 2026 | Rijksoverheid.nl – Koopkrachtontwikkeling 2026 | ECB.europa.eu – Monetary policy and inflation | Nibud.nl – Koopkracht en budgettering
Alle berekeningen op deze pagina zijn gebaseerd op officiële Nederlandse bronnen: Belastingdienst.nl, Rijksoverheid.nl, CBS.nl en Nibud.nl. Tarieven gelden voor 2026. Lees ons redactioneel beleid.

